Trends in voeding en productontwikkeling

De doelstelling van dit trendrapport is het zo goed mogelijk in kaart brengen van (de vraagzijde van) de markt van producten waarin plantaardige reststromen in verwerkt (kunnen) worden. Deze inventarisatie wordt gekaderd binnen het geheel van algemene voedingstrends.

Het totale voedselverlies en nevenstromen in de keten wordt in Vlaanderen geschat op zo’n 1.936.000 tot 2.290.000 ton per jaar of 314 tot 372 kg per capita. Het cijfer per capita ligt in Europa op 173 kg. In Vlaanderen ligt dit cijfer fors hoger dan dit Europese gemiddelde omdat – naast het feit dat er methodologische verschillen zijn – de regio relatief gezien veel voedingsproducten produceert en verwerkt. De nevenstromen bij productie en verwerking van voedsel zijn dan ook aanzienlijk. In Nederland bedroeg de hoeveelheid verspild voedsel in 2013 tussen 1,83 en 2,71 miljoen ton, omgerekend tussen de 109 en 162 kg per hoofd van de bevolking (WUR, 2015).

Inherent verbonden aan de strategie van voedingsbedrijven in het kader van het verduurzamen van de productie zijn het tegengaan van voedselverliezen en de valorisatie van nevenstromen. Het valoriseren van reststromen met een zo hoogwaardig mogelijke toepassing (binnen de bio-economie) om een zo hoog mogelijke (economische en maatschappelijke) toegevoegde waarde te realiseren volgens de principes van de cascade van waardebehoud (voeding, materialen, energie) is de grote uitdaging.

Cascade van waardebehoud 

Figuur 1: Cascade van waardebehoud (Bron: OVAM, 2011)

De grotere aandacht voor de duurzaamheid van ons voedsel is namelijk niet meer weg te denken; zowel de productiezijde als consumptiezijde worden steeds meer aangesproken om tot een duurzamer voedselsysteem te komen. Voor verdere verduurzaming van de productie binnen de voedingsindustrie moet absoluut ingezet worden op het verder tegengaan van voedselverliezen en een optimale valorisatie van nevenstromen en restproducten.

Hoewel het aantal producten gebaseerd op reststromen dat effectief op de markt is vooralsnog beperkt is, neemt dit aantal gestaag toe. Er wordt – zowel vanuit de industrie als de academische wereld – in ieder geval volop gezocht naar potentiële valorisatiepistes van allerhande groenten- en fruitreststromen. De centrale vraag hierbij is steeds: welke componenten kunnen uit deze stromen worden gehaald zodat het valorisatievraagstuk (economisch en technisch) interessant wordt? Ter illustratie van deze zoektocht naar interessante componenten kan verwezen worden naar het groeiend aantal patenten gerelateerd aan de valorisatie van tuinbouwreststromen die zijn omgezet in commerciële toepassingen (zie bijlage 1).